Slotcommentaar Bondscoach Van Vliet en Rabo
Het begon met kritiek van Leo van Vliet op de Rabobankploeg en met name op Bauke Mollema, vervolgens kwamen Karsten Kroon en Bauke Mollema aan het woord en zoals al eerder gemeld begint het een feuilleton te worden. Want ook Lars Boom voelde zich achter zijn rug om aangevallen door Leo van Vliet, waarna Leo van Vliet nog eens aangeeft: “Ik heb mij vier jaar mijn mond gehouden en nu heb ik iets in gang gezet en misschien was dat wel wat ik wilde. Nu houd ik de renners niet langer de hand boven het hoofd”
Laten we maar van de goede intenties van de bondscoach uitgaan, toch is het vreemd dat hij daar uitgerekend mee naar buiten komt als binnen de Rabobankploeg de herstructurering in gang is gezet. En niet minder vreemd is dat hij met deze kritiek naar buiten komt, zonder daarover met de renners, die het aangaat te hebben gesproken.
Na het WK is er een team bespreking geweest en zowel Mollema als Boom hadden het prettig gevonden als bondscoach Van Vliet hen daar verteld had, wat hij daarna met de pers ging bespreken.
Zeker is dat er buiten de Raboploeg al jaren wordt gemopperd over de geringe prestaties die geleverd worden voor de miljoenen die de bank in de ploeg stopt. Zeker is ook dat de ploeg bij het Nationaal kampioenschap al twee maal op rij niet met de titel aan de haal ging, terwijl de ploeg met de overmacht aan renners aan kwaliteit eigenlijk wel min of meer verplicht was te winnen. En zeker is ook dat de keurige Erik Breukink niet kan worden vergeleken met de harde Peter Post en de niet minder harde Jan Raas.
Maar dat is al jaren zo en waarom moet dat uitgerekend naar buiten komen nu Breukink bij Rabo weg is.
Een ander punt is waaruit bestaat de opleiding voor ploegleider? Is dat louter en alleen de ervaring als professional, kijk naar Breukink, Erik Dekker, Jan Boven en vele anderen ook bij buitenlandse ploegen, of ligt er ook een theoretische opleiding aan ten grondslag. Bij het betaalde voetbal heb je tenminste nog verkorte opleidingen voor oud-profs, is dat ook zo in de wielrennerij?
Als je bij veel andere sporten kijkt wordt er permanent gestudeerd op nieuwe trainingsmethodes, en zijn er erg veel ontwikkelingen in mentale en fysieke ondersteuning. Bij wielrennen zijn de oortjes een hot item, maar door die oortjes worden wedstrijden nu juist minder interessant. Dat is met name bewezen in etappekoersen die een vlak verloop hebben en die van begin tot 10 kilometer voor de streep gecontroleerd worden door de ploegen met de topsprinters.
Het lijkt, los van de kritiek op de zachte gepamperde aanpak van de Raborenners, meer voor de hand te liggen dat men in de wielersport eens na gaat denken over de wedstrijden als kijksport, want als dat zo doorgaat als de laatste jaren voorspel ik dat de Tour de France met de vlakke ritten rechtstreeks kan worden uitgezonden op de televisie, maar dat de kijkers pas het laatste half uur tot een kwartier voor de beeldbuis plaats gaan nemen.
Kortom Leo van Vliet mag dan de lont in het kruidvat hebben gestoken de wielersport vraagt, in ieder geval als kijksport, meer dan een keiharde aanpak van renners. Want als je in 2013 op één dag al twee maal over de Alpe d’Huez wordt gestuurd is dat, wat wedstrijd betreft, al hard genoeg.