
Links Leo van Vliet en rechts Erik Breukink
Opinie
Het heeft jaren geduurd voordat iemand zich echt openlijk voor de TV heeft uitgesproken over de begeleiding van de Rabowielrenners.
Het was bondscoach Leo van Vliet, die na het WK eindelijk voor de NOS-camera zijn twijfels uitsprak over de aanpak van RABO. Er moet een hardere hand komen, stelde Van Vliet.
Het is wel vreemd dat dat nu pas gebeurt, niet zolang nadat Erik Breukink en Adrie van Houwelingen aan de kant zijn gezet. Mijns inziens zijn Breukink en van Houwelingen in alle jaren dat zij bij de Raboploeg betrokken zijn geweest niet ineens veranderd. Sterker nog het waren keurige mannen en dat zullen ze ongetwijfeld nog zijn en ook blijven en dat is maar goed ook. Het schijnt echter dat je er tegenwoordig met keurige mensen in de topsport niet meer komt. Kijk naar de FC Groningen, waar de keurige Huistra is vervangen door de straatvechter Maaskant, wiens taalgebruik genoeg zegt over de persoon Maaskant. Of dat reklame is voor de FC Groningen waag ik te betwijfelen.
Maar terug naar de Rabobankploeg, die volgens Leo van Vliet met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Wat is de bedoeling van de uitlatingen van Van Vliet op dit moment. Is het een verkapte solliciatie van de bondscoach, al ontkent hij dat in het interview, is het een trap na aan Breukink en Van Houwelingen of staat hier gewoon een bondscoach, die bijvoorbeeld Bauke Mollema een vreemde kerel vindt, waar hij geen grip op kan krijgen en een man die Lars Boom zo nu en dan een schop onder zijn kont heeft gegeven. Dus iemand uit het tijdperk Peter Post, Herman Krott en Jan Raas?
In alle objectiviteit is het natuurlijk wel van belang dat er bij Rabo iets moet veranderen, want met zoveel talent en zo weinig aansprekende resultaten moet er wel iets gebeuren.
Klik op onderstaande link en oordeel zelf.
http://nos.nl/video/422306-van-vliet-hardere-hand-nodig.html
Van Vliet heeft uiteraard volstrekt gelijk. De wielerwereld is nu eenmaal keihard. Dat is een gegeven. Voor verwende nesten is geen plaats. Die komen nooit tot een topprestatie in die sport. In plaats van straks met een verongelijkte reactie te komen, kan men zich de kritiek beter aantrekken en er wat mee doen.
Mr. F.J.M. van Rossem, Megen