Tijdens de Olympische Spelen en tijdens de huldigingen daarna hoorde je veel politici de meest vooruitstrevende plannen over sport presenteren. Je zag trotse bestuurders ook op alle foto’s met medaillewinnaars. En nu een dag na de sluiting van de Paralympics en een maand na de Olympische spelen speelt sport nog maar een marginale rol tijdens de verkiezingen. En dat terwijl alle partijen het er wel over eens zijn dat er meer bewogen moet worden. Door de jeugd met lichamelijke opvoeding op school, maar ook voor ouderen.
BNR zette een aantal standpunten op een rij lazen wij op de site van SportNext.
Ik wil niet nalaten u zo vlak voor de verkiezingen van woensdag 12 september van deze gegevens op de hoogte te brengen.
Sport is niet het thema deze verkiezingen: er zijn belangrijkere zaken te bespreken. Maar dat sport zo’n marginale rol speelt zo vlak na de Olympische Spelen is opmerkelijk.
Als u vindt dat sport meer is dan alleen maar de belangrijkste bijzaak van het leven, dan is het niet helemaal duidelijk op welke partij u moet stemmen. Wat wel duidelijk is, is dat sport er bekaaid vanaf komt in de verschillende verkiezingsprogramma’s. Veel verder dan: ‘sport is belangrijk voor de jeugd’, ‘sporten is gezond’ en ‘sport verbroedert’ lezen we doorgaans niet. Maar – omdat er altijd iets te kiezen valt – zet BNR een aantal standpunten op een rij.
De VVD afficheert zichzelf als ‘de sportpartij bij uitstek’. En eerlijk is eerlijk: het is de enige partij die in het verkiezingsprogramma ruim aandacht besteedt aan sport. De belangrijkste punten van de VVD:
- De VVD zet in op goed bewegingsonderwijs en op een goede begeleiding van beweeg- en sportsituaties rondom de school. Leerlingen in het basis-, beroeps- en voortgezet onderwijs moeten daarom voldoende sporten, tenminste drie lesuren per week, gegeven door goed opgeleide vakleerkrachten.
- De VVD is trots op de topsporters die Nederland voortbrengt. Zij zetten ons land op de kaart en geven het goede voorbeeld aan onze jeugd.
De PvdA noemt als belangrijkste punt dat sport verbroedert en heeft het daarbij vooral over breedtesport:
- Bij inrichting van nieuwe wijken is 3 procent van de ruimte voor sport en spel gereserveerd, sportverenigingen moeten toegerust worden op gehandicaptensport, arme kinderen financieel ondersteunen om te sporten en alle basisschoolleerlingen hebben recht op gymnastiekles van vakdocenten.
Of het belang van breedtesport voor jeugd en gezondheid zijn alle partijen het eigenlijk wel eens. Het CDA schrijf het volgende:
- Veel mensen doen al aan sport, meer dan 10 miljoen Nederlanders. Dit zou niet mogelijk zijn zonder de inzet van heel veel vrijwilligers. Deze inzet moeten we blijven stimuleren.
- Wij willen meer sportmogelijkheden in woonwijken. De gemeente moet daarvoor zorgen, bijvoorbeeld door het bouwen van zwembaden of het aanleggen van trapveldjes.
CDA en VVD steunen de internationale top 10-ambitie van het NOC*NSF. Over de olympische ambitie 2028 zijn de partijen over het algemeen terughoudend. De VVD zegt:
- De doelstellingen zoals geformuleerd in deze sportparagraaf maken deel uit van de ambitie om Nederland op Olympisch niveau te krijgen. Mits financieel verantwoord en breed gedragen onder de Nederlandse bevolking deelt de VVD de ambitie om de Olympische en Paralympische Spelen 2028 in Nederland te organiseren.
PvdA en SP denken er anders over. Bij het SP schrijven ze:
- Zolang niet bekend is wat de uiteindelijke kosten zullen zijn: geen steun voor de Olympische Spelen.
Tot slot: Geert Wilders is niet zo van de sport. Verder dan ‘Meer aandacht voor sport en bewegen in het basis- en voortgezet onderwijs’ lezen we in het verkiezingsprogramma niet.
