
Gerro Dijksma heet de aanwezigen welkom
Al langer leefde bij het Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool in Groningen het idee eens iets met een bijzondere sporter te doen. En het waren Ton van Klooster en Cees Reitsma, topsportcoördinatoren bij genoemd instituut, die met het idee kwamen een Olympische wand te maken. Op die wand zouden sporters moeten staan, die en een studie aan de Rijksuniversiteit Groningen of de Hanzehogeschool hadden afgerond en aan de Olympische spelen hadden deelgenomen. Het werd een ware puzzeltocht, want hoewel de Rijksuniversiteit een compleet archief had was dat bij de Hanzehogeschool, een verzameling van fusiescholen, niet het geval.
Maar uiteindelijk werd het een Olympische wand met 42 sporters en coaches en velen van hen waren bij de onthulling op 20 april 2012 in ACLO aanwezig.
Nadat Gerro Dijksma (directeur Sportcentrum) de aanwezigen had welkom geheten gaf hij het woord aan Cunera van Selm, die Ingrid Dusseldorp, Maaike Smit, Sybren Jansma en Thijsje Oenema vroeg naar hun Olympische ervaringen.

Cunera van Selm in gesprek met Thiojsje Oenema, Sybren Jansma, Maaike Smit en Ingrid Dusseldorp
Thijsje Oenema maakte van deze gelegenheid gebruik door te melden dat haar overgang naar de Ligaploeg toch eigenlijk wel wat voorbarig was en dat zij de voorbarige publicaties wel als vervelend had ervaren.
Daarna was het de beurt aan Joop Alberda, zelf ook op de wand als trainer-coach van de gouden Olympische volleyballers van Atlanta 1996.
En Alberda gooide er maar weer eens een vlammend betoog tegen aan dat een kwartier zou duren, maar na drie kwartier nog altijd interessant was.
In zijn betoog liet hij zijn toehoorders weten, dat de Nederlandse sport goed georganiseerd is, in ieder geval op het terrein van doping. Dat in tegenstelling tot de zuidelijke landen waar men daar losser mee omgaat. Alberda illustreerde dat met het feit dat tegenover 276 dopingcontroles in Spanje 1000 controles in Nederland stonden.
Daarnaast memoreerde Alberda dat in Nederland tegenwoordig 98 procent geestelijke en 2 procent lichamelijke arbeid wordt verricht door schoolgaande kinderen. En die lichamelijke arbeid was dan voor een groot deel het van huis naar de auto lopen en terug. Zijn schreeuw om meer lichamelijke oefening is niet nieuw, dat riep hij ook al toen hij zelf nog werkzaam was bij het sportcentrum van de Aclo.
Een opvallende opmerking was ook dat er in Nederland met twee verschillende titels wordt gewerkt.
De één voor de naam en de ander achter de naam. En het is inmiddels een bekend gegeven dat die beide soorten titeldragers niet altijd even gemakkelijk met elkaar kunnen converseren.
Anton Geesink had daar bijvoorbeeld moeite mee in de Olympische bestuurswereld en Johan Cruijjf, zoals de laatste tijd bekend, in de voetbalwereld.
Een andere opvallende uitspraak was, dat je op school leert wat je niet kunt en in de topsport wat je wel kunt.
Na het betoog van Joop Alberda werd in de hal van het Sportcentrum de Olympische wand onthuld.
Groningen heeft dus zijn Olympische wand en we zijn benieuwd wie er na de Olympische Spelen van dit jaar in Londen aan de wand kunnen worden toegevoegd.
Het was lastig in de kleine ruimte alle aanwezigen die op de wand staan in één keer op de foto te krijgen, dan maar even plakken (foto’s van Marcel Spanjer en Sebo Gankema)


